home
schilderijen
litho's
beelden
boeken
biografie
contact

 

Hans Kanters is geboren in 1947 te Amsterdam. Hij schildert sinds 1967, lithografeert sinds 1986 en beeldhouwt sinds 1994. Kanters is autodidact. Hij werkte o.a. in Nederland, Zuid-Spanje, Formentera, Zuid-Frankrijk en sinds 1993 op Ibiza.

Exposities en collecties

Het werk van Hans Kanters is geëxposeerd in solo- en groepstentoonstellingen in Nederland, België, Frankrijk, Zwitserland, Griekenland, Amerika en Japan in diverse galeries en kunstbeurzen. In deze landen bevindt zich werk in collecties. Het Museum Jan van der Togt in Amstelveen heeft een vaste collectie van Kanters schilderijen. In dit museum was van 29 november 2012 tot en met 13 januari 2013 een solo-tentoonstelling te zien.

 

 

Over zijn werk

“De mensen moeten er meer uit kunnen halen dan ik erin heb gestopt, anders heb ik gefaald. Het gaat niet alleen om de betekenis, het is ook het gevoel, de humor en de ironie, de tederheid en de frustratie, de woede zelfs die ik probeer over te brengen.”
Het werk van Kanters laat zich onmogelijk in kort bestek omschrijven. Wat men zeggen kan is dat de bizarre, fascinerende voorstellingen met hun tientallen details het leven in alle gradaties van emotie, gedrag en sociale vormen verbeelden. En dat op een verbluffend hoogstaand technisch niveau. Door de jaren heen is Kanters als autodidact steeds zijn eigen weg gegaan, heeft zich niets aangetrokken van trends of modes, maar bleef wie hij was. Na zijn erotische periode van de zeventiger jaren zag men sinds de tachtiger jaren het surrealisme in zijn werk sterk tot uiting komen en wordt zijn palet directer en ijler van kleur. Naast zijn grafische werk zoals litho's en etsen maakt hij sinds 1994 bronzen beelden.

 

 

Frans Duister schreef het volgende over de kunstenaar Hans Kanters en zijn werk:

De wereld volgens Hans Kanters

Sommige mensen worden als schilder geboren, met een blik op de wereld die onvoorspelbaar is, alsof er als kind geen grammatica geleerd hoeft te worden om innerlijke ervaringen uit te spreken. Ze ontdekken dat hun van oorsprong ongebruikelijke taal haaks staat op de traditionele communicatie. Ze kunnen dan kiezen; of ze passen zich in de loop van hun ontwikkeling aan, zoals de samenleving dat eist, of zij wachten op de buitengewone dingen die beslist zullen komen. In het laatste geval is het zaad niet verslingerd naar allerlei mogelijkheden maar juist gericht gekomen in een bodem van een onbetreden land.

De schilder Hans Kanters is een exponent van het laatst genoemde soort mensen. En dat betekent meteen dat hij binnen een zeer kleine minderheid, zo niet een zeldzaamheid functioneert als beeldend kunstenaar. In zijn werk weerspiegelt zich een bevoorrechte bezetenheid. Niets wordt hem gedicteerd vanuit vooringenomen stellingen. Alleen datgene wat hem voor de geest komt vraagt aan zijn schilderende hand om een zichtbaar antwoord. Het onmogelijke wordt aldus op een bepaalde manier mogelijk. Hij ontsnapt dan ook aan de voorspelbaarheid in de schilderkunst, door een beeldenwereld naar het oppervlak te brengen die het intellectuele welbevinden prettig, kritisch, spottend of vertederend verstoort.

De alleen esthetisch ingestelde kijker, die de schilderijen van Hans Kanters slechts wil begrijpen om de buitenkant, om de mooie bruikbaarheid, benadert het oeuvre van de schilder met een verkeerde instelling. Zo'n kijker loopt de kans op het foute been gezet te worden. Hooguit zal men aan de buitenkant van zijn werk kunnen zien dat hij een schilder uit Europa is, met verre of zijdelingse lijnen verbonden met de kritische geest van een humanistische subversieve wereld, zoals deze eeuwen geleden al gestalte kreeg in de 'lof der zotheid' van Erasmus of in de obsederende fantasieën van Jeroen Bosch.

De iconologische waarde van zijn beeldenwereld valt echter niet te bepalen uit de wijze waarop wij gemeenlijk de wereld verstaan. Zoals de meeste mensen niet eens hun dromen kunnen onthouden. Misschien omdat ze onbewust bang zijn voor het benoemen van innerlijke ervaringen of verlegen zijn met een totale poëtische vrijheid.

De schilderkunst van Hans Kanters is geen opgepoetste herinnering aan historische Hollandse schilderkunst. De verbindingen met een actueel levensgevoel, zoals Hans Kanters die weet te verbeelden, passeren het loutere uitbeelden. Het non-conformisme in zijn werk is voorts een belangrijk kenmerk. Hij vond daarvoor zijn eigen vorm van modernisme, een houding in de wereld, als eenling, gekant tegen een aantal complexen in de bestaande cultuur. In deze zin is hij een schilder van onze tijd te noemen.

Hij verruilt een massale en ingewikkelde wereld voor een nieuw geënsceneerd terrarium waar niets vaststaat volgens de gangbare afspraken, maar waar door inventies, combinaties, arrangementen en invallen de logica van de magie het schuldeloze met het schuldige verbindt in metaforen die de schilder, al schilderend, ter plekke worden ingefluisterd. 

Als schilderen een eenzaam avontuur is dan wel bij Kanters. Inhoudelijk betekent dit dat hij de aanleidingen tot schilderen laat komen zoals ze komen. Wat hem associatief wordt aangereikt vanuit de opzet van het schilderij gaat als het ware psycho-automatisch met hem op reis. De formele kant dient zich minutieus aan, overwerkelijk of versluierd, vaak in strijd met de daadwerkelijke verschijnselen in het leven, alsof hij een sardonisch plezier heeft in zijn zelfgeformuleerde subcultuur.

Zou men de schilderijen van Hans Kanters op hun kleurstellingen bekijken dan is het effect (de kleur als compositorisch element) verrassend. Zou men alleen de voorstelling aandacht geven dan lukt zo iets maar ten dele omdat de kleur onlosmakelijk verbonden is met het gegeven van de voorstelling. Die combinatie maakt welk verhaal hij ook wil vertellen tot een fantasma, een droom in verschillende gelaagdheden, die aan de rand van de ochtend nog net bij haar magische gestalte wordt vastgehouden. En in die vastgehouden visionaire dromen is geen mens, dier of ding uitgesloten omdat de schepper van die wereld kan putten uit een oneindigheid aan op te roepen beelden.

Van hoever komen deze beelden, bij een schilder die als jongen in Amsterdam al vroeg zijn tekenstift en penseel probeerde? En in wiens consequente ontplooiing tot eenling in de schilderkunst niets zozeer bijdroeg als wat híj van belang vindt om aan ons mede te delen? Dat wat Hans Kanters is, niet de hele maar heel de Hans Kanters. Uiteraard spelen elementen mee die zijdelings, bij toeval of onbewust zijn ogen binnendrongen; verhalen uit de geschiedenis van de kunst, trefpunten en scharnieren in de filosofie, zomaar een stukje lucht of een brok uit de mythologie, affecties voor kleine dingen waaraan later een diepere betekenis gegeven wordt omdat ze in verhouding blijken te staan met zijn eigen houding in het leven. De door het leven opgelegde beperkingen passeert hij visueel en wat onmogelijk geschilderd kan worden krijgt juist gestalte door wat hij wél op het platte vlak laat verschijnen.

Zo is Hans Kanters op onnavolgbare wijze een schilder ‘van zijn tijd’. Genoeg tegendraads om typisch van onze tijd te zijn. Een schilder in zijn domein waar de vrije verbeeldende activiteit van het onbewuste wordt omgezet in een werkelijkheid die zich rationeel niet laat verklaren en waar het denkbeeldige in zijn eindeloze mogelijkheden het werkelijke wordt.

Frans Duister, 1987